Er is maar één manier om samen onafhankelijk te worden van fossiele bronnen. Namelijk: overschakelen op duurzame bronnen. Toepassing van duurzame energiebronnen vraagt een volledig andere benadering dan die waaraan we gewend zijn. Daar waar de bronnen aanwezig zijn (zon, wind, aardwarmte), moeten ze ook zoveel mogelijk benut worden. In onze eigen omgeving liggen vaak veel kansen voor de productie van duurzame energie.
Waterschappen kunnen een belangrijke rol op zich nemen in onze gezamenlijke ambitie om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. Als waterschap heeft u namelijk de unieke positie om de regie te voeren over zowel het winnen van (verborgen) energiestromen als de (uitbestede) afname.
De potentiële energiestromen van het waterschap zijn de biomassastromen (gras, biomassa uit sloten en houtstromen), biogaspotentie vanuit de zuiveringen, warmte in riolering en oppervlakte voor energiegewassen of zonnepanelen.
De potentiële afname van energie van het waterschap zijn de gebouwen (warmte en elektriciteit), pompen en gemalen (elektriciteit), zuiveringen (optioneel warmte en elektriciteit), slibdroging (warmte en elektriciteit) en transport (groen gas).
In Leeuwarden wordt biogas geproduceerd, dat tevens wordt gebruikt voor het verwarmen van de eigen vergister die laagwaardige warmte ontvangt. Zodra de laagwaardige warmte van de fabrieken in de omgeving wordt onttrokken, zal meer biogas kunnen worden gebruikt voor het verwarmen van gebouwen in de omgeving. De laagwaardige warmte in de omgeving gaat nu verloren en het hoogwaardige biogas wordt gebruikt voor een ‘laagwaardige’ toepassing.
